Vastrentend

Rente met PK.

Al zijn de rentes al lange tijd tot recorddiepte gedaald, toch moeten investeerders niet te snel wegrennen van kredietverlening. Want voor wie met enige omzichtigheid zijn rentebelegging kiest, kan ook in deze tijden rekenen op aardig rendement; al zijn er risico’s, er zijn ook interessante mogelijkheden.

‘Slapend rijk worden,’ dat was lange tijd de slogan van de professionele rentebeleggers. Wie 30 jaar geleden maandelijks een bedrag van, zeg, 100 Euro opzij zette in een spaarplan van een Euro-rentefonds kon, volgens de vakvereniging BVI, met een inleg van €36.000 gemiddeld meer dan €80.000 verwachten, wat neerkwam op een jaarrente van meer dan 5 procent.1 In het algemeen konden beleggers in het verleden ervan uitgaan dat zij met staatsobligaties en bedrijfsaandelen relatief zekere, want relatief fluctuatieongevoelige, waardepapieren hadden. Dat kan nu nog steeds zo zijn, maar een zorgvuldige keuze wordt wel steeds belangrijker.

Schuldencrisis in de geïndustrialiseerde landen

Leningen van de klassieke geïndustrialiseerde landen, die altijd beschouwd werden als een zekere haven in stormachtige beurswateren, worden tegenwoordig als veel minder betrouwbaar gezien. Niet alleen geldt dit voor de in moeilijkheden verkerende perifere staten van Europa, zoals Griekenland en Ierland, maar ook in het algemeen voor de grotere economieën, zoals Amerika of Duitsland. Immers, om de mondiale economische crisis te bestrijden, hebben de geïndustrialiseerde landen diep in de buidel moeten tasten. Het BNP van de G7-landen is nu zo goed als voor 100% verhypothekeerd, meer dan van welk ander land ter wereld ook. En dat zal volgens het Growth Index Fund (IWF) (zie de tabel „Staatsschuld“), ook niet snel veranderen. Nu geldt dan ook als grootste uitdaging voor de komende jaren de langetermijnoplossing van de schuldencrisis. Dit heeft verstrekkende gevolgen voor leningen, maar hoeft voor beleggers niet per se negatief te zijn.

Zekerheid en rendement

„Duitsland, als vermeende financiële reus, is al eens de kritische vraag gesteld of zij, bij een dominocrash, niet voor alle schuldenaars in de bres zou kunnen springen,“ zegt Asoka Wöhrmann, voorzitter van het Fonds DWS.3 Voor rentebeleggers kan dat ook voordelig zijn, zoals blijkt uit het door de Bundesbank gepubliceerde overzicht van rendementen op uitstaande leningen.4 Tot voor kort kochten internationale grootbeleggers bijna blind Duitse obligaties. Omdat ze als zo betrouwbaar geboekstaafd stonden en als zodanig als een veilige belegging golden, kelderden de rentes echter. Beleggers kregen voor hun investering historisch lage rentes, soms zelfs een lachwekkend percentage van lager dan twee. Inmiddels is dat beeld wel bijgesteld. (zie de tabel "Duitse staatsleningen "). Van stijgende rentepercentages profiteren vooral de rentefondsen, die met korte of negatieve kapitaalbinding (Duration) niet bang zijn voor koersverliezen zodra de centrale banken de renteschroeven weer eens wat steviger aandraaien.

Risico-inflatie

Stijgende rente gaat op de rentemarkt dikwijls hand in hand met hogere risico’s. Juist voor langetermijnleningen is inflatie een zwaarwegend beoordelingscriterium voor de reële Performancepotential. Worden de prijzen hoger dan de rentevoet, dan vermindert de waarde van het kapitaal onder de streep. Van een doorslaande inflatie is echter in de geïndustrialiseerde landen geen sprake. In Euroland schijnt het ook voor dit jaar door de Centrale Europese Bank vastgestelde inflatiecriterium van twee procent zo goed als realiseerbaar te zijn (zie tabel). Een niet gering aantal deskundigen beschouwt in deze contreien echter aanzienlijk hogere inflatiepercentages voor de komende jaren als waarschijnlijk. En juist voor de langetermijnleningen met lage rentes kan dit een probleem worden. De kortetermijnkredieten daarentegen blijven flexibeler omdat beleggers bij stijgende inflatie snel overstappen naar aanbiedingen met gunstiger rentevoeten. Maar zelfs een verhoudingsgewijs hoge inflatie is niet per definitie slecht voor rentebeleggers, zoals is gebleken uit de positieve ontwikkelingen van de leningen in bijvoorbeeld de opkomende economische landen.

Voordelen van de Emerging Markets

Opkomende economieën zoals China, India of Brazilië bieden meestal hogere rentes. Enerzijds hebben zij in verhouding tot de geïndustrialiseerde landen duidelijk minder staatsschuld, en zal - volgens publicaties van het IWF – die staatsschuld zelfs nog afnemen. Anderzijds is de inflatie in de Emerging Markets van soms meer dan acht procent, wel degelijk een probleem. Maar vooralsnog correspondeert de toenemende inflatie met een krachtige groeidynamiek, en buitenlandse beleggers bieden met eventuele opwaarderingen van de lokale munteenheden aanvullend draagvermogen. In toto lijkt hun risicoprofiel zelfs positiever dan dat van enkele van de meer gevestigde oorden.Volgens de Amerikaanse investeringsbank JP Morgan was het aantal ingestorte bedrijfskredieten uit de opkomende economieën in 2010 lager dan twee procent, terwijl dit in Amerika in 4% van de gevallen gebeurde, waarbij ook nog gemiddeld minder inkomsten werden gegenereerd.

Rente en behoedzaamheid

Als kredietbeleggers nu - meer dan in het verleden – behoedzaam beslissen aan wie zij voor hoe lang hun geld willen lenen, dan is er, zowel in Duitsland als daarbuiten, nog steeds goede kans op voorspelbaar rendement. Niet alleen de kredietwaardigheid van de schuldenaar moet kritisch worden bekeken, maar ook mogen beleggers het wereldwijde én regionale macro-economische weerbericht nimmer uit het oog verliezen. Zo moeten inflatie, koersfluctuaties en groeivooruitzichten in een rente-omrekenbare verhouding tot elkaar staan. De rentemarkt is onvoorspelbaarder geworden, maar wie met de juiste Know-How investeert, kan ook nu nog steeds rustig slapen en zijn kapitaal op de lange termijn rustig laten groeien.

Gerelateerde fondsen