Vastrentend

Geen rente-angst!

Het einde van het lage-rentebeleid is nabij - en misschien wel eerder dan verwacht. In verband met de toenemende inflatiedruk is "bij de eerstvolgende ECB-vergadering in april een renteverhoging mogelijk", aldus Jean-Claude Trichet begin maart.

De voorzitter van de Europese Centrale Bank (ECB) veroorzaakte daarmee een kleine aardbeving. De meeste marktdeelnemers hielden pas voor de tweede helft van het jaar rekening met eerste rentemaatregelen. Deze keer lieten de centrale bankiers de discontovoet nog met rust: daardoor kunnen de banken uit de Eurozone vooralsnog tegen de historisch lage rente van 1 procent bij de Centrale Bank geld blijven lenen.


Dat het keerpunt nu kennelijk vroeger komt dan verwacht is in eerste instantie te wijten aan de snellere stijging van de prijzen in de Eurozone. Wat automobilisten aan de pomp en consumenten aan de kassa al sinds geruime tijd merken, komt nu ook in het inflatiecijfer tot uitdrukking. Oplopende prijzen van olie, benzine en levensmiddelen hebben het jaarlijkse inflatiepercentage in februari 2011 naar 2,4 procent gestuwd - het hoogste percentage sinds oktober 2008.2 Dat brengt de centrale bankiers van de ECB in verhoogde staat van paraatheid: prioriteit nummer één is voor hen het handhaven van de prijsstabiliteit - en daarvan is volgens de monetaire waakhonden op middellange termijn sprake bij een prijsinflatie net onder de twee procent.


Gevoelige langlopende stukken

Niet alleen bij de centrale bankiers is ten aanzien van de toenemende inflatiedruk 'verhoogde waakzaamheid' geboden, ook van pensioeninvesteerders wordt in deze situatie alertheid verwacht, renteverhogingen zijn normaliter immers de pest voor obligaties, vooral voor langlopende staatsleningen. De reden ligt voor de hand: trekt de rente aan, dan leveren vergelijkbare, nieuw uitgegeven stukken meer rente op en zijn deze daarmee automatisch aantrekkelijker. Beleggers stappen over op de obligaties met een hogere rente - en dat zet de koersen van de obligaties met een lagere rente onder druk. Hoe langer de looptijd, des te heviger de reactie. En dit leidt vanzelf weer tot de conclusie: door de op handen zijnde koersomslag in het monetaire beleid dienen beleggers een grote boog om lange looptijden te maken. Niet alleen een feitelijke rentestijging kan immers de koersen van obligaties drukken. Alleen al de verwachting dat de rente in de nabije toekomst aantrekt, kan een sterke koersdaling veroorzaken - zoals het voorbeeld van de tot 2020 lopende 10-jarige Duitse staatslening laat zien (zie de grafiek rechts). Terwijl de met een coupon van 2,25 procent uitgeruste stukken in oktober van het afgelopen jaar nog een notering boven de 100 procent hadden, raakten ze door de angst van de beleggers voor duurder geld van de Centrale Bank hevig onder druk. De koers van de staatslening stond begin maart nog slechts op zo'n 92 procent. Wie het stuk niet tot aan de aflossing wil of kan houden - het geïnvesteerde geld komt immers op het einde van de looptijd in ieder geval wel in zijn geheel terug - moet op dit niveau leven met een koersverlies van een kleine tien procent.

Verminderen van de duration

Het goede nieuws: beleggers in obligaties kunnen zich met hun portefeuille wapenen tegen een stijgende rente. Eén van de belangrijkste hulpmiddelen voor professionele beleggers om de renteval te ontlopen is: actief duration-management. Duration is een graadmeter voor de gemiddelde kapitaalbindingsduur van een obligatie en geeft aan hoe gevoelig een stuk reageert op renteschommelingen. Daarbij geldt het volgende verband: hoe hoger de in jaren gemeten duration, des te heviger is de reactie. Heeft een obligatie bijvoorbeeld een duration van 5 jaar, dan daalt de prijs ervan met 5 procent als de rente over alle looptijden met één procent stijgt - en omgekeerd: bij een rentedaling van één procent zou de koers dienovereenkomstig met 5% stijgen. Daarmee mag duidelijk zijn waarom veel professionele beleggers in de huidige situatie niet staan te trappelen om obligatieleningen met een hoge rentegevoeligheid - ze hebben juist in de afgelopen maanden peu à peu de duration van hun portefeuilles verminderd. Wie kan - en de nodige speelruimte heeft - mikt momenteel met behulp van short-posities bij obligatiefutures zelfs op een portefeuille met negatieve duration. Zo kan zelfs een stijgende rente worden omgebogen in koerswinsten (zie de producten linksboven).

Gerelateerde fondsen